Guy Cassiers (°1960) behoort tot de top van de Europese theatermakers. Zijn eigenzinnige theatertaal waarin visuele technologie een geslaagd huwelijk aangaat met passie voor literatuur, wordt in binnen- en buitenland erg gewaardeerd. Hij is sinds 2006 artistiek directeur van Toneelhuis.

Guy Cassiers studeert aanvankelijk grafiek aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen. Nog tijdens zijn studies verlegt hij zijn interesse naar het theater, maar zijn beeldende vorming zal cruciaal blijken voor zijn ontwikkeling als theatermaker. Cassiers blijft altijd als een buitenstaander naar theater kijken en creëert vanuit die positie een heel eigenzinnige vormtaal. Die buitenstaanderpositie vertaalt zich inhoudelijk in zijn werk door een voorkeur voor eenzame, geïsoleerde en vaak asociale figuren. Vormelijk vertaalt zich die positie in zijn keuze voor literaire teksten (in plaats van dramatische teksten) en in zijn gebruik van visuele technologie. Vanuit de literatuur (het woord) en de nieuwe media (het beeld) probeert hij het theater te herdefiniëren.

In de jaren tachtig realiseert Guy Cassiers in Antwerpen zijn eerste theatervoorstellingen, waaronder Kaspar van Peter Handke en Daedalus, een project met gehandicapten. In 1987 wordt hij benoemd tot artistiek leider van jeugdtheater Oud Huis Stekelbees in Gent (later Victoria, nu CAMPO). In een beginselverklaring van OHS staat: “... OHS dat is de (woord)klank bevoordelen tegenover de (woord)betekenis, de associatie tegenover het verhaal, het geluid tegenover de muziek, het licht tegenover de belichting, de emotie tegenover de idee, de tegenstrijdigheid tegenover de afbeelding, het theater tegenover de realiteit.” De voorstellingen van Guy Cassiers zijn een constant appel aan de creativiteit van de zintuigen.

Wanneer Dirk Pauwels vijf jaar later de fakkel van hem overneemt, gaat Cassiers als freelancer aan de slag bij onder andere het Kaaitheater in Brussel, Tg STAN en de Toneelschuur in Haarlem. Zijn eerste productie bij het Rotterdamse ro theater, Angels in America, wordt in 1996 bekroond met de Gouden Gids Publieksprijs en de Prosceniumprijs van de VSCD. Een jaar later ontvangt hij ook de Thersitesprijs van de Vlaamse critici voor zijn hele oeuvre.

In 1997 regisseert Guy Cassiers met het voltallige ensemble van het ro theater Onder het Melkwoud van Dylan Thomas. Tijdens de herneming in augustus van dat jaar wordt bekend dat hij de nieuwe artistiek leider van het ro theater wordt. Hij ontdekt de mogelijkheden van de grote scène voor zijn theatervertellingen. In de periode van 1998 tot 2006 ontwikkelt Cassiers een multimediale theatertaal voor het grote podium. Met voorstellingen als De Sleutel en Rotjoch (1998), De Wespenfabriek (2000), La Grande Suite, (2001), Lava Lounge (2002) en de opera The Woman Who Walked into Doors (2001) voert hij de integratie van multimedia in het theater telkens een stap verder. Cassiers raakt steeds intenser gefascineerd door de mogelijkheden van videoprojectie en muziek. Hij is een van de weinigen die consequent en coherent werkt aan een toneeltaal die de discussie met de technologie opzoekt. Hoogtepunt in deze zoektocht is ongetwijfeld de vierdelige Proust-cyclus die hij tussen 2002 en 2004 realiseert, en waarvoor hij de Amsterdamprijs voor de kunsten en de Werkpreis Spielzeiteuropa van de Berliner Festspiele in de wacht sleept.

Cassiers ensceneert bij voorkeur bewerkingen van bekende romans, zoals Hiroshima Mon Amour van Marguerite Duras in 1996, Anna Karenina van Tolstoj in 1999 en Jeroen Brouwers’ Bezonken rood in 2004. Zijn afscheidsvoorstelling bij het ro theater in het voorjaar 2006 is een bewerking van Hersenschimmen van J. Bernlef. Zijn debuut bij Toneelhuis is Onegin naar de roman in verzen van Poesjkin: een romantisch verhaal dat door het ingenieuze gebruik van de visuele technologie boven zijn anekdote uitstijgt en een theatraal spel met de perceptie van de toeschouwer wordt. Ook voor zijn eerste regie als artistiek leider van Toneelhuis, Mefisto for ever (2006), baseert hij zich op een klassiek werk uit de Europese literatuurgeschiedenis: Mephisto van Klaus Mann in een bewerking van Tom Lanoye. Daarin behandelt hij de relatie tussen kunst en politiek. Dat is een nieuw thema in het werk van Cassiers dat veel te maken heeft met de terugkeer naar zijn geboortestad Antwerpen en haar complexe politieke situatie.

Mefisto for ever is meteen ook het eerste deel van een drieluik, Triptiek van de macht, over de complexe samenhang tussen kunst, politiek en macht. Mefisto for ever vertelt het verhaal van de (duivelse) verleiding door de macht. Deel twee, Wolfskers, is het verhaal van de vergiftiging door de macht (wolfskers is de naam van een giftige plant). Atropa. De wraak van de vrede tenslotte is het verhaal van de agonie van de macht en gaat terug op de Griekse tragedies, en in het bijzonder op de tragedies die de Trojaanse oorlog als onderwerp hebben.

Mefisto for ever is meteen een kritisch en publiekssucces. Theaterrecensent Pol Arias noemt de voorstelling het hoogtepunt van 2006: “Regisseur Guy Cassiers slaagt erin dat complexe stuk adembenemend in beeld te zetten. Met discrete camera’s legt hij accenten, vergroot gezichten, toont de angst, ontreddering of gewoonweg de ijdelheid. Het decor is uiterst subtiel met verwijzing naar de Bourlaschouwburg zelf, de belichting speelt een belangrijke rol net zoals de ingenieuze soundtrack. Evenveel lof is er voor de acteurs want iedereen staat hier even sterk. Samen brengen zij een politieke voorstelling, niet één die ons wil beleren maar bevragen en dat doen ze via hun eigen wereld, die van het toneel.” (Radio 1, 23 oktober 2006)

Wolfskers is het verhaal van een tegelijk banale én beslissende dag uit het leven van Lenin, Hitler en keizer Hirohito. Guy Cassiers inspireerde zich op drie films van de Russische cineast Aleksandr Sokurov over deze dictators en voegde de drie figuren samen tot een “machtig-meanderende theater- voorstelling (...) die inslaat als een bom.” (Peter Haex, Gazet van Antwerpen, 13 oktober 2007). “In Wolfskers (...) geeft Toneelhuis de geschiedenis een gezicht. Drie wereldleiders die het aanschijn van de twintigste eeuw hebben bepaald, worden geportretteerd vlak voor de macht hen uit handen glipt. Of hen koudweg wordt ontnomen. Ook de nederlaag krijgt een gezicht. Soms is ze waardig, soms mensonterend. (...) Wolfskers is een verrukkelijke kluif materiaal, dat een belangwek- kend thema als politiek op de agenda brengt." (Geert Sels, De Standaard, 13 oktober 2006).

Tussen de twee triptiek-delen Mefisto for ever en Wolfskers nodigt Guy Cassiers de zes andere Toneelhuisartiesten uit voor een gezamenlijk locatieproject in de Bourlaschouwburg, vertrekkend van Een geschiedenis van de wereld in 10 1⁄2 hoofdstuk van Julian Barnes, een ironische reis door het verleden. Barnes is een meester in het spel met feit en fictie. Samen met Guy Cassiers creëren Benjamin Verdonck, Sidi Larbi Cherkaoui, Lotte van den Berg, Olympique Dramatique, Wayn Traub en De Filmfabriek een verrassende theatrale reis doorheen de Bourla die de grenzen van realiteit en verbeelding, ondergang en creatie aftast. Of over hoe kunst en catastrofe nauw verbonden zijn...

Na Wolfskers gaat Guy Cassiers als coach-regisseur aan de slag met het collectief Olympique Dramatique voor de creatie van De geruchten, naar de gelijknamige roman van Hugo Claus. De geruchten (2008) speelt voor uitverkochte zalen en kan ook de pers bekoren: “Een Vlaamse Twin Peaks, zo is de nieuwste voorstelling van Olympique Dramatique al genoemd. In nauwe samenwerking met theatermaker Guy Cassiers (...) bewerkten ze De geruchten van Hugo Claus tot een heerlijke voorstelling over een dorp en zijn bewoners, over hun verlangens en hun frustraties, hun gektes, zwaktes en wreedheid.” (Karin Veraart, De Volkskrant, 19 januari 2008).

Met Atropa. De wraak van de vrede (tekst Tom Lanoye) sluit Guy Cassiers de Triptiek af. De voorstelling laat de slachtoffers van oorlog en geweld aan het woord. Zich baserend op de Griekse tragedies en op de recente oorlog in Irak schrijft Lanoye een ontnuchterend en aangrijpend verhaal van vijf vrouwen die de machthebber Agamemnon confronteren met zijn ideologische keuzes. De voorstelling werd in de pers bijzonder goed onthaald: “Een prachtcast in een voorstelling die naar adem doet happen. Ongenadig hard, buitengewoon aangrijpend.” (Geert Sels, De Standaard, 17 mei 2008). In het najaar van 2008 maakt de Triptiek een uitgebreide tournee.

In 2008-2009 ensceneert Guy Cassiers twee opera’s: Adam in Ballingschap (Vondel) op muziek van Rob Zuidam en House of the Sleeping Beauties (Kawabata) op muziek van Kris Defoort. In het najaar van 2009 maakt hij Onder de vulkaan, naar de gelijknamige roman van Malcolm Lowry. De tekstbewerking is in handen van Josse de Pauw, die ook de hoofdrol speelt. De voorstelling wordt erg goed onthaald en maakt een uitgebreide en succesvolle tournee in Frankrijk. Inmiddels heeft Guy Cassiers twee projecten aangevat die meerdere seizoenen overspannen: een driedelige theaterbewerking van De man zonder eigenschappen van Robert Musil (Toneelhuis) en een enscenering van Der Ring des Nibelungen van Richard Wagner (Milaan/Berlijn). Terwijl Onder de Vulkaan zich meer concentreerde op het intieme drama van een man en een vrouw, sluiten deze twee projecten weer dichter aan bij de maatschappelijke kwesties die ter sprake kwamen in de Triptiek van de macht. In beide ondergangverhalen – zowel Musils roman als Wagners opera zijn een ‘Götterdämmerung’ – ziet Guy Cassiers een metafoor voor de politieke crisis van onze tijd. Wie daarnaast SWCHWRM gaat zien, weet dat Guy Cassiers in zijn werk ook een lichtere toets durft aan te slaan: een ‘multiculturele’ voorstelling in verschillende talen (Nederlands, Marokkaans, Turks en Vietnamees) over een jongetje dat schrijver wil worden.

Guy Cassiers’ groeiende aandacht voor de Europese politieke geschiedenis blijkt eveneens uit de voorstellingen Bloed & rozen. Het lied van Jeanne en Gilles (2011), naar een tekst van Tom Lanoye en Duister hart (2011), gebaseerd op de roman Heart of Darkness van Joseph Conrad. In Bloed & rozen concentreert Tom Lanoye zich op twee historische figuren – Jeanne d’Arc en Gilles de Rais – en hun strijd met de Kerk, maar vertelt tegelijk een universeel verhaal over politieke macht en manipulatie waarin eigentijdse echo’s doorklinken. De voorstelling werd met veel succes gepresenteerd in het Palais des Papes tijdens het Festival van Avignon 2011. De combinatie van live music (Collegium Vocale), videoprojectie en acteerspel werd door pers en publiek hoog gewaardeerd. Met Duister hart duiken we in het (Belgische) koloniale verleden. Maar meer nog is het een afdaling in de duisternis van de menselijke ziel. Op die manier slaat de voorstelling de brug tussen de figuur van moordenaar, pedofiel en verkrachter Gilles de Rais en Moosbrugger, de moordenaar en verkrachter die centraal staat in De misdaad, het derde deel van De man zonder eigenschappen. In dit derde deel, geschreven door Yves Petry, duikt naast Moosbrugger ook de figuur van de schrijver Musil op. De man zonder eigenschappen in de versie van Cassiers bestaat uit drie delen die het prisma van een maatschappij in ontbinding tonen: De parallelactie (deel I, première in juni 2010), Het mystieke huwelijk (deel II, première in september 2011) en De misdaad (deel III, première in mei 2012).

Het oeuvre van Cassiers is op die manier ook steeds een nadenken over de plek van de kunstenaar in de samenleving. In het seizoen 2012-2013 ensceneert hij Orlando, naar de gelijknamige roman van Virginia Woolf, “een ode aan het leven, de taal en de verbeelding”. De voorstelling werd geselecteerd voor het Nederlandse Theaterfestival 2013. Cassiers voltooide in dit seizoen ook de Ring-cyclus in Berlijn/Milaan. In het seizoen 2013-2014 lijkt zijn tekstkeuze een andere weg in te slaan. In plaats van het bewerken van romans, concentreerde Cassiers zich op Shakespeare. Met componist Dominique Pauwels, die ook instond voor de muziek- en zangcompositie van Bloed en Rozen. Het lied van Gilles en Jeanne, maakte hij de muziektheatervoorstelling MCBTH, waarin woord en zang, tekst en muziek, acteurs en zangeressen zowel samenhang als conflict veroorzaken. Tom Lanoye maakte met Hamlet versus Hamlet een opvallende bewerking van Shakespeares Hamlet. De hoofdrol werd gespeeld door actrice Abke Haring. De voorstelling, een samenwerking met Toneelgroep Amsterdam, werd door pers en publiek erg gewaardeerd en werd voor de Theaterfestivals in Vlaanderen en Nederland geselecteerd. Abke Haring ontving voor haar rol de Theo D’Or (Nederlandse Prijs voor Beste Vrouwelijke Hoofdrol). Samen met Ivo Van Hove kreeg Guy Cassiers in 2014 het Eredoctoraat voor Algemene Verdiensten van de Universiteit Antwerpen.

In 2014-2015 ensceneerde Guy Cassiers samen met het ensemble van makers en acteurs De blinden van Maurice Maeterlinck. Bij HETPALEIS maakte hij in samenwerking met de sociaal-artistieke organisatie KunstZ een voorstelling op basis van Het vertrek van de mier van Toon Tellegen. Daarnaast was hij ook betrokken als scenograaf en regieassistent bij AUGUSTUS ergens op de vlakte (naar Tracy Letts), een coproductie van Olympique Dramatique (Toneelhuis), KVS en NTGent. Hij sloot het seizoen af met Passions humaines, een voorstelling rond de figuur van de negentiende-eeuwse beeldhouwer Jef Lambeaux, op tekst van Erwin Mortier en met een Franstalig-Nederlandstalige cast. Deze voorstelling kwam tot stand in samenwerking met het Théâtre National à Bruxelles, Le Manège in Mons en La Fondation Mons 2015, en is een synthese van de thema’s die Cassiers al vele seizoenen bezighoudt: de plaats van de kunstenaar tegenover de macht, de politiek en de Europese geschiedenis.

In het seizoen 2015-2016 ensceneert hij opnieuw twee voorstellingen rond de figuur van de machthebber: Caligula van Camus en De welwillenden, naar de gelijknamige roman van Jonathan Littell. Deze laatste voorstelling is een coproductie met Toneelgroep Amsterdam. Ook in deze projecten is de reflectie op macht en machtsmisbruik de rode draad. Guy Cassiers: “Caligula is keizer van Rome. Na de dood van zijn zuster waarop hij erg verliefd was, verliest hij iedere zin in het leven. Hij beseft dat er geen eeuwige universele principes van goed en kwaad zijn. Door zijn agressief en provocatief gedrag daagt hij zijn omgeving uit en haalt het hele politieke en morele bouwwerk onderuit. Omdat hij zichzelf alle vrijheid gunt, gaat Caligula op een apocalyptische manier ten onder. Het boek van Jonathan Littell toont een man, Max Aue, die nauw betrokken is bij het zo efficiënt mogelijk vernietigen van de Joden in Oost-Europa. Het zijn twee extreme personages die ik hier ensceneer.” Ook in de opera Xerse van Francesco Cavalli, die Cassiers in Lille (FR) maakt, ensceneert hij de macht die echter  in dit geval bijgestuurd wordt door de liefde. Daarnaast  besteedt de enscenering veel aandacht aan de kunsthistorische context van de opera. Daarnaast  besteedt de enscenering veel aandacht aan de kunsthistorische context van de opera. Het kleinere Le sec et l’humide (2015), aanvankelijk opgezet als onderzoeksproject naar het gelijknamige essay van Jonathan Littell rond dezelfde thematiek als De welwillenden, groeide door tot een volwaardige theatervoorstelling die tourt en ook te zien is op het Festival van Avignon in 2017.

Het seizoen 2016-2017 staat grotendeels in het teken van de opera. In 2009 ensceneerde Cassiers samen met componist Kris Defoort The House of The Sleeping Beauties, naar de gelijknamige roman van de Japanse schrijver en nobelprijswinnaar Yasunari Kawabata. Eind 2016 her-ensceneert Cassiers deze opera, over een oude man die erotisch gefascineerd is door slapende meisjes, in Japan met een Japanse cast. In Parijs werkt Guy Cassiers samen met de Italiaanse componist Luca Francesconi aan de opera Trompe-la-Mort, gebaseerd op de figuur van Vautrin uit de Comédie Humaine van Balzac. In 2017 ensceneert hij de theatertekst De moed om te doden van de Zweedse schrijver Lars Norèn, waarin de oerscène van de macht centraal staat: de relatie tussen vader en zoon. In Grensgeval gaat hij aan de slag met werk van Nobelprijswinnares Elfriede Jelinek. Speciaal voor de Ouverture van het stadsfestival Op.Recht.Mechelen wordt Bloed & Rozen in een concertante lezing gebracht.

In het seizoen 2017-2018 gaat Cassiers door op zijn interesse voor het lot van de vluchteling dat hij al een eerste keer vorm gaf in Grensgeval; nu ensceneert hij het intimistische Het kleine meisje van meneer linh naar Philippe Claudel.  Na een Nederlandstalige versie in het najaar van 2017, maakt hij  in het voorjaar van 2018 een Franstalige versie met een Frans acteur (nog andere taalversies liggen in het verschiet). In het voorjaar van 2018 zet Cassiers de lijn van het familieverhaal (dat hij aansneed in De moed om te doden) verder in zijn enscenering van Vergeef ons, een soap over een losgeslagen familie met een happy end. "Een bont, brutaal, zeer grappig theaterfeest, gespeeld door een crème van een cast." – Filip Tielens in Klara , 23 februari 2018

In het voorjaar van 2019 creëert Cassiers samen met Arsenaal/Lazarus Bagaar, naar de film Coup de Torchon van Bertrand Tavernier uit 1981. Hiermee zet Guy Cassiers zijn theatrale zoektocht verder naar de donkerste diepten van de menselijke ziel, een afdaling die hem eerder voerde langs voorstellingen als Atropa. De wraak van de vrede, Duister hart, Musil 3: De misdaad, MCBTH, Bloed & rozen. Het lied van Jeanne en Gilles en De welwillenden.

Producties van Guy Cassiers